Welke mogelijkheden ontstaan er wanneer niet het recht op eigendom, maar het recht op betaalbaar wonen, werken en leven bepalend is voor stedelijke transformatie? Sinds de jaren zestig hebben krakers vanuit deze gedachte een belangrijke bijdrage geleverd aan de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Door middel van subversieve tactieken eigenen zij zich de stad toe, en veranderen haar van binnenuit. Deze praktijk van toe-eigening wordt in de tentoonstelling Architecture of Appropriation getoond en ondervraagd. De tentoonstelling presenteert de eerste resultaten van een langlopend onderzoek naar kraken als architectuur van toe-eigening, dat de afdeling R&D van Het Nieuwe Instituut in samenwerking met verschillende partners de komende periode uitvoert. Architecture of Appropriation is te zien van 27 januari tot en met 25 juni 2017.

Toe-eigening

In de slecht onderhouden Nederlandse binnensteden van de jaren zeventig en tachtig manifesteerde de kraakbeweging zich als een belangrijke sociale kracht. Op vele plaatsen werden leegstaande huizen, panden en terreinen in gebruik genomen zonder toestemming van de eigenaren. Ondanks het kraakverbod van 2010 gebeurt dat op beperkte schaal nog steeds. Daarbij is de typisch Nederlandse infrastructuur – met kraakspreekuren als centrale knooppunten in de kraakbeweging, kraakacties die volgens vaste protocollen worden voorbereid en uitgevoerd en het contact met politie en autoriteiten dat volgens bepaalde routines verloopt – intact gebleven. De ruimtelijke erfenis van de kraakbeweging bestaat uit talrijke monumenten en buurten die door hun interventies van de sloop zijn gered. De ruimtelijke idealen, zoals het transformeren van leegstaande panden, hergebruik van bouwmaterialen en collectief wonen en werken op pand- en buurtniveau, hebben daarnaast grote invloed gehad op het denken over (tijdelijke ontwikkelingen in) de stad.

Potentieel

Het is geen algemeen geaccepteerde visie om de kraker te beschouwen als architect. Maar door de kraakbeweging vanuit een architectonische gezichtshoek te zien, wordt wel de verregaande invloed van de interventies verhelderd. Rond thema’s als leegstand, eigendom en collectieve woonvormen laat Architecture of Appropriation zien hoe de infrastructuur van de stad kan worden opgevat als een voortdurende uitnodiging voor transformatie. Systemen kunnen worden aangepast, netwerken opnieuw geconfigureerd, gebouwen heruitgevonden. Voor praktisch iedere situatie kan een nieuw programma worden geschreven, zodat het potentieel van de bestaande stad ten volle wordt benut.

Invalshoeken

Architecture of Appropriation belicht kraken vanuit verschillende invalshoeken. De handelswijze van de krakers zelf komt aan bod via de protocollen die zij volgen in hun ruimtelijke interventies. Daarnaast is er het archief van architect Hein de Haan die veelvuldig met krakers samenwerkte, en de blik van fotograaf-kunstenaar Dave Car-Smith op geïmproviseerde architectuur in industriële kraakpanden. Verspreid over de ruimte wordt bovendien de geschiedenis en ruimtelijke transformatie van vijf Nederlandse casestudies gedocumenteerd; een onderzoek van R&D in samenwerking met René Boer (Failed Architecture), de architectuurfaculteit van de TU Eindhoven, samen met bewoners en betrokkenen van de onderzochte locaties. Ontwerpbureau ZUS [Zones Urbaines Sensibles], bekend van het Schieblock en verwante projecten in Rotterdam, ontwierp de ruimtelijke installatie van Architecture of Appropriation en introduceert zo een architectonische praktijk van toe-eigening in het Museum voor Architectuur, Design en Digitale Cultuur.