De architectuur en interieurs van De Stijl zijn wereldberoemd. Nederlandse architecten en vormgevers als Gerrit Rietveld, Theo van Doesburg, Cornelis van Eesteren en J.J.P. Oud hebben de weg vrijgemaakt voor generaties vernieuwers na hen. Over de wortels van De Stijl is minder bekend. Van 10 juni t/m 17 september tonen Gemeentemuseum Den Haag en Het Nieuwe Instituut een prachtig overzicht van tekeningen, maquettes en meubelstukken van deze invloedrijke kunstbeweging. Voor het eerst samengebracht bieden de werken verrassende inzichten: dat wat eenduidig of simpel oogt, is dubbelzinnig en complex. En wat nieuw lijkt, blijkt soms al langer te bestaan.

Geloof in vooruitgang, optimistisch, eigenzinnig en idealistisch, dat is De Stijl. Wat in 1917 begon als de naam van een tijdschrift groeide uit tot een icoon van moderniteit over de hele wereld. In 2017 viert Nederland 100 jaar De Stijl met het feestjaar Mondriaan tot Dutch Design. Met ’s werelds grootste Mondriaan-collectie – en tevens een van de breedste De Stijl-collecties – is het Gemeentemuseum het middelpunt van dit feestelijke jaar. De tentoonstelling Architectuur en interieur. Het verlangen naar Stijl zet de toegepaste ontwerpen van de Nederlandse aanjagers van modernistisch design in de schijnwerpers.

Aan de hand van de thema’s kleur, ruimte, transparantie en technische innovatie toont de tentoonstelling de wortels van De Stijl in de 19e eeuw. Bezoekers zien hoe de kunstenaars en ontwerpers van De Stijl schatplichtig zijn aan de generaties voor hen: ze eigenden zich bestaande technieken toe en gaven nieuwe invullingen aan concepten, thema’s en ideeën van ingenieurs en vaklieden. Tegelijkertijd worden ook de verschillen duidelijk: in tegenstelling tot hun voorgangers en tijdgenoten, die veelal functionele oplossingen zochten bij problemen, beschouwden de leden van De Stijl kunst als dé oplossing.

De tentoonstelling combineert tekeningen, maquettes, schilderijen, voorwerpen en meubelstukken van aan De Stijl gelieerde kunstenaars met ontwerptekeningen en ruimtelijke objecten vanaf de late 19e eeuw. Op die manier wordt ontrafeld hoe de leden van De Stijl een radicaal nieuwe vormentaal scheppen, maar ook bestaande technieken en materialen toepassen om hun ideeën te verwezenlijken. Veel ideeën van de architecten en vormgevers van De Stijl blijken richtinggevend voor de internationale architectuur en zijn ook nu nog van invloed op onze manier van wonen en leven.

De Stijl

Rond het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog waart er een vernieuwingsdrang door het neutrale Nederland. Een nieuwe generatie kunstenaars, architecten en vormgevers wil de heersende traditie van gemeenschapskunst - waarbij verschillende kunstvormen samen worden ingezet ter verheffing van het volk - verder ontwikkelen, maar in een compleet nieuwe beeldtaal. Zij achten de gedecoreerde huizen van bruine bakstenen met hun donkere interieurs ongeschikt voor de moderne samenleving. Het alledaagse leven moet plaatsvinden in een sprankelende, open omgeving, vormgegeven in een abstracte vormentaal die kunst, architectuur en vormgeving doet samensmelten.

In 1917 vraagt kunstenaar, architect en criticus Theo van Doesburg (1883-1931) verschillende avant-garde kunstenaars in Nederland artikelen te schrijven voor zijn kunsttijdschrift De Stijl. Op de cover staat dat De Stijl een bijdrage wil leveren aan “de ontwikkeling van het nieuwe schoonheidsbewustzijn,” met als bedoeling “den modernen mensch ontvankelijk [te] maken voor het nieuwe in de Beeldende Kunst.”

Vormgeving = kunst

Het tijdschrift groeit al snel uit tot een beweging van kunstenaars en ontwerpers die menen dat kunst en leven in een moderne wereld aan elkaar zijn gelijkgesteld. Zij propageren een nieuwe universele stijl die moet beantwoorden aan een moderne samenleving. Een stijl waarin architectuur en schilderkunst gelijkwaardig zijn en die vormgeving in de breedste zin tot kunst maakt.

Zij zien niet alleen schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur als hun werkterrein, maar ook meubels, kleding, reclame-uitingen, verpakkingen, huizen, straten en zelfs hele steden. Vormgeving van de directe leefomgeving heeft invloed op de levenshouding van de mens, zo redeneren zij. De woning en de vormgeving van het interieur spelen in deze visie een belangrijke rol. Evenals kleur, omdat kleur (nieuwe, abstracte) schilderkunst in de architectuur kan integreren. “De vlakken waarmede wij, als ruimtekunstenaars, onze ontroeringen realiseeren, zal [de schilderkunst] kunnen ‘bezielen’ en tot een wezenlijk bestanddeel der ruimte maken”, schreef architect J.J.P. Oud (1890-1963) in 1916.

Schilderkunst is niet langer een figuratieve decoratie voor architectuur, en architectuur niet slechts een drager van schilderkunst: “Zoo zal deze schilderkunst voor de architectuur grooter en heviger ontroerings-mogelijkheden openen, maar wederkeerig zal de bouwkunst voor haar een sfeer scheppen, waarin de geest ontvankelijk wordt om deze schilderkunst te ondergaan.”

Nieuwe vormentaal

De tentoonstelling Architectuur en interieur. Het verlangen naar Stijl laat zien dat het nieuwe waarnaar de ontwerpers van De Stijl streven, niet noodzakelijk voortkomt uit uitvindingen uit het niets. Hun ontwerpen zijn vooruitstrevend, eigenzinnig en tegendraads, maar bouwen ook voort op wat al bestaat. Zo laten technische innovaties en nieuwe materialen het al vanaf de 19e eeuw toe gevels en constructies ‘open’ te breken en doorlopende glazen winkelpuien te bouwen. Meubelontwerper en architect Gerrit Rietveld (1888-1964) gebruikt simpel hout en triplex om zijn vernieuwende vormencombinaties te scheppen. Oud herschikt de functionele onderdelen van een gevel (lateien, ramen en deuren) om heldere en visueel abstracte gevelcomposities te creëren. En kwalificaties als ‘zuiverheid’ en de door Van Doesburg geïntroduceerde ‘machine-esthetiek’ zijn ook te herkennen in vroegere sanatorium- en ziekenhuisinterieurs.

Het Gemeentemuseum, dat zelf een schitterende De Stijl-collectie bezit, werkt voor deze tentoonstelling nauw samen met Het Nieuwe Instituut te Rotterdam, het museum voor architectuur, design en digitale cultuur dat de grootste architectuurcollectie ter wereld beheert. Zo zijn uit de archieven van Het Nieuwe Instituut onder meer originele ontwerptekeningen en maquettes van Theo van Doesburg, J.J.P. Oud, Jan Wils, Cornelis van Eesteren, Gerrit Rietveld en Vilmos Huszár te zien.

2017: 100 jaar De Stijl

2017 is het jaar waarin wij 100 jaar vormgeving van de toekomst vieren. Directe aanleiding is de oprichting van De Stijl in 1917, met kenmerken die tot op de dag van vandaag in Dutch Design te zien zijn. Om deze mijlpaal te vieren heeft NBTC Holland Marketing, samen met haar partners, 2017 uitgeroepen tot themajaar ‘Mondriaan tot Dutch Design’. Het themajaar markeert de introductie van de verhaallijn Mondriaan tot Dutch Design, die bezoekers door heel Nederland naar interessante plekken voert die te maken hebben met werken uit de periode van De Stijl en hedendaags design. Musea, erfgoedlocaties en evenementen in Nederland stellen werk van topdesigners centraal, zetten deuren van ateliers open en eren kunstenaars als Mondriaan, Rietveld, Van der Leck en Van Doesburg.

--
Noot voor de redactie
Voor meer informatie of beelden kunt u contact opnemen met Justin Klein, via j.klein@hetnieuweinstituut.nl of +31 (0)10 440 13 35