In de afgelopen decennia is design aan de traditionele rol, waarin het zich richtte op de vormgeving van het huiselijke domein, geheel ontstegen. In plaats daarvan is design een tactisch antwoord geworden op allerlei maatschappelijke uitdagingen en op verschillende schaalniveaus. Alles kan ontworpen worden, van een internationale beweging tot een sociale-mediaprofiel. Dat ‘design-denken’ ook wordt ingezet door het bedrijfsleven en de overheid, maakt het voor design mogelijk om meer invloed uit te oefenen op economisch en politiek gebied. Tegelijkertijd heeft design daarmee een eigen verantwoordelijkheid gekregen als het gaat om vraagstukken zoals ecologie, arbeid, ethiek en toegankelijkheid.

Het gegeven dat ook infrastructuren, oorlogsinstrumenten en 'sentient technology' kunnen worden herkend als ontwerpsystemen, maakt het mogelijk om de alomtegenwoordige invloed van design te begrijpen. Een dergelijk breed perspectief op design, voorbij iconische meubels of verleidelijke objecten, is een vereiste om te kunnen achterhalen waarom begrippen uit de avant-garde, het laboratorium of de oorlogsindustrie, zoals ‘radicaal’ en ‘disruptief’, inmiddels alledaags zijn geworden. De meest winstgevende producten worden vandaag de dag niet geproduceerd door de traditionele meubelindustrie, maar door multinationals op basis van hun distributiekracht en logistieke ketens en komen niet langer uit Milaan maar uit Silicon Valley, waar de prestaties van apparaten op basis van gebruikersgegevens worden geoptimaliseerd.

Desalniettemin kunnen experimentele prototypes nog steeds bestaande normen ten aanzien van bezit, intellectueel eigendom, standaardisatie of prestatie kritisch ter discussie stellen. En objecten kunnen vandaag de dag invloed uitoefenen zelfs zonder dat we ze bezitten. Dit onderschrijft het belang van designinstellingen om mogelijkheden voor presentatie, verspreiding en discussie te bieden en zo nodig opnieuw uit te vinden: van speculatieve tentoonstellingen en films tot kritische teksten. Instrumenten op basis waarvan het gesprek tussen innovatieve professionals en onderzoekers, bedrijven en organisaties, diverse gebruikers en publieksgroepen blijvend wordt gestimuleerd.

In samenwerking met o.a.: Stichting Doen: Stichting Kwadraat; Gemeente Eindhoven; Ministerie van Buitenlandse Zaken; Dutch Design Foundation; BNO; Arita House; Designplatform Rotterdam; Design Academy Eindhoven; Piet Zwart Institute; Z33, London Design Biennale; Istanbul Design Biennial; Happy Materials / MatériO Prague.

Architectuur, design en digitale cultuur vormen drie breed verankerde tradities van een ontwerppraktijk en cultureel discours. In Nederland kwam elk van deze disciplines uit een vastomlijnde traditie voort en bracht ieder een specifiek interventieterrein alsmede praktische en conceptuele instrumenten met zich mee. Als levende praktijken hebben de drie disciplines zich gaandeweg met elkaar verweven en in reactie op technologische veranderingen, economische krachten en maatschappelijke vraagstukken ontwikkelden zij nieuwe hybride vormen. Het Nieuwe Instituut verkent architectuur, design en digitale cultuur als disciplines op zich, maar ook als onderdeel van deze post-disciplinaire culturele context.