De grenzen tussen publiek en privaat, fysiek en digitaal, cultuur en natuur vervagen. Hierdoor verschuift het ooit zo heldere onderscheid tussen binnen en buiten of tussen onszelf en de ander. Tegelijkertijd worden nieuwe nog onbekende grenzen getrokken. Deze veranderende wereld, die ook wordt herkend in het bijgestelde overheidsbeleid op het gebied van ruimtelijke ordening, vraagt om een nieuw perspectief op het begrip ruimte. Het programma Landschap en Interieur stelt deze verschuivingen aan de orde en onderzoekt aan de hand van de twee genoemde uitersten hoe het begrip ruimte opnieuw kan worden gedefinieerd.

Het privé interieur wordt onder invloed van economische ontwikkelingen, een toegenomen obsessie voor collectieve veiligheid en een immer uitdijende digitale wereld steeds meer deel van de publieke ruimte. In contrast met het interieur lijkt de publieke ruimte meer en meer onderhevig te zijn aan mechanismen die ooit de privéwereld kenmerkten: openbare parken worden bijvoorbeeld geclaimd door commercie en vormen de locatie voor besloten partijtjes. Onder invloed van controle- en veiligheidsregimes zijn wij getuige van een gestaag proces waarin het interieur de dominante ruimte lijkt te worden. ‘Publieke’ interieurs zoals een winkelcentrum of een stationshal gelden weliswaar als publieke ruimten, maar zijn feitelijk in hoge mate gecontroleerde, gereguleerde en geprivatiseerde omgevingen.

Bovendien verdwijnt geleidelijk de klassieke visie op stad en landschap als elkaar uitsluitende fenomenen. Stad en land raken meer en meer verweven. Dat betekent bijvoorbeeld dat functies als afvalverwerking, energie-, en voedselproductie, die traditioneel op het platteland waren gesitueerd, nu worden geïntegreerd in hybride stadslandschappen.

Projecten die onder deze categorie tot stand kwamen zijn onder meer: 

1:1 is een drieluik van tentoonstellingen en een parallel programma dat zich richt op specifieke kwaliteiten van het interieur als snijpunt van architectuur, design en digitale cultuur. Door steeds uit te gaan van 1:1 modellen wordt bovendien de betekenis van representatie, en het tentoonstellingsontwerp in het bijzonder, onderzocht. Het eerste deel,  1:1 Sets, benaderde het idee van het interieur als uitdrukking van het individu. 1:1 Stijlkamers onderzocht het interieur als model voor tentoonstellingen en educatie. En 1:1 Showrooms (gepland in 2017) zal tenslotte gaan over het interieur als ruimte van verleiding.

Drones & Honeycombs is een onderzoeksproject van fellow Malkit Shoshan, gericht op de mate waarin de moderne oorlogsvoering en het mondiale veiligheidsapparaat ons leefmilieu en onze steden beïnvloeden. Voorheen was er een duidelijke afbakening tussen oorlogsgebieden en de civiele wereld. Dat onderscheid lijkt ondertussen volledig opgelost: de oorlog is midden in de publieke ruimte terecht gekomen. Gedurende de Architectuurbiënnale van Venetië 2017 zal een vervolg op dit onderzoek in het Nederlands paviljoen worden tentoongesteld onder de titel Blue, de Architectuur van de UN Vredesmissie. Hierbij wordt de vredemissie opgevat als een katalysator voor lokale ontwikkeling.

In het langlopende onderzoek naar grondpolitiek wordt licht geworpen op de ruimtelijke implicaties van onze voedselproductie en hoe die wordt beïnvloed door beleid en politiek. De tentoonstelling Sicco Mansholt. Een goede Europeaan had hierin een centrale plaats. Deze tentoonstelling toonde hoe modernisering en schaalvergroting van de landbouw het Nederlandse landschap na de Tweede Wereldoorlog drastisch veranderde, en welke rol de bezielende leiding van landbouwpoliticus Sicco Mansholt daarbij speelde. In 2015 vormde de tentoonstelling de basis voor een samenwerking met Slow Food in onder meer Milaan tijdens de World Expo. In 2016 zal het onderzoeksdossier worden aangeboden aan verschillende landbouwministers van de Europese Unie.

Total Space is een onderzoeksproject rond de internationale dimensies van het structuralisme, en de cross-disciplinaire uitwisseling tussen architectuur, stedenbouw, antropologie en systeemtheorie. Het project verbindt de geschiedenis van de twintigste eeuw met speculaties over de toekomst van de stad van de eenentwintigste eeuw. Dit meerjarige onderzoek naar het structuralisme is geïnitieerd door het Jaap Bakema Study Centre, een samenwerking tussen TU Delft en Het Nieuwe Instituut en valt binnen het Global Housing programma van de TU Delft.