Verslag Thursday Night: Nieuwe richtingen voor architectuur met Floris Alkemade  

In samenhang met de recente bekendmaking van zijn agenda voor de komende vier jaar sprak Rijksbouwmeester Floris Alkemade op 2 juni 2016 over zijn visie op de maatschappelijke meerwaarde van de architectuuropgave en innovatie door ontwerpkracht. Op agenda en visie reageerden Jann de Waal, ondernemer en onder andere lid van het Topteam Creatieve Industrie, Juliette Bekkering, architect en hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven en Elma van Boxel, mededirecteur van het Rotterdamse bureau ZUS (Zones Urbaines Sensibles). Gespreksleider was Saskia van Stein, directeur van Bureau Europa.

In De agenda van de Rijksbouwmeester omschrijft Floris Alkemade zijn visie op de sturende rol die hij als Rijksbouwmeester wil vervullen. Onderdelen van deze agenda zijn: een Strategische Atlas met kaarten betreffende de ruimtelijke dynamiek van Nederland; de benoeming van negen zogenaamde Ambassadeursprojecten van het Rijksvastgoedbedrijf, die als voorbeeldprojecten specifieke aandacht van de Rijksbouwmeester zullen krijgen; en een lijst met tien als oproep aan hemzelf geformuleerde uitgangspunten. De Ambassadeursprojecten omvatten deels transformatieopgaven. Ter illustratie van de urgentie liggen op een tafel in de zaal tekeningen van leegstaand of binnenkort leegkomend Rijksvastgoed uit het archief van Het Nieuwe Instituut, zoals Hertzbergers Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.  De avond kan als een aanvulling op de Agenda gezien worden, met referenties uit kunst en literatuur, met voorbeelden en inspiratiebronnen. De Agenda met leven gevuld.

Alkemade begint zijn lezing met een analyse van de crisis, een periode waarin 'elke zekerheid van de beroepsgroep werd weggevaagd', een crisis die daardoor niet louter economisch te begrijpen is. Het werk van de architect wordt niet meer op dezelfde waarde geschat als voor de crisis. Consequentie van de veranderde opdrachtsituatie is, dat de architect tegenwoordig vaak niet meer van een doorsnee projectontwikkelaar te onderscheiden is. Terwijl het tegendeel zou moeten gebeuren: het is juist nu nodig om na te denken, te schrijven, de blik te verbreden en zo te sturen op ideeën.

'Formuleer je positie – toon wat mogelijk is'.

Als motto voor zijn rijksbouwmeesterschap koos Alkemade een zinsnede van Montesquieu: 'Tout m'intéresse, tout m'étonne', 'Alles wat me verbaast, interesseert me'. Ter illustratie volgt een strategie voor het bewegen op onbekend terrein, het op het eerste gezicht chaotische, maar wiskundige Lévy walk pattern. Bijen én in de wildernis levende jagers bewegen volgens dit patroon. De strategie werkt vele malen beter dan het schijnbaar rationele van A-naar-B-denken: door de vele richtingswijzigingen wordt het onbekende verkend. Zoals deze jagers zou ook de architect te werk moeten gaan.

Relevante opgaven zijn, volgens Alkemade, de vluchtelingenhuisvesting, het wonen in relatie tot waardig oud worden en het tegengaan van eenzaamheid onder volwassenen. Kortom niets minder dan het opnieuw bedenken van de woonopgave. Willen we werkelijk in de hopeloos cynische wereld van schrijver Michel Houellebecq leven, iedereen in zijn eigen cocon? Ook de stad moet opnieuw bedacht worden. Eind jaren vijftig ontwierp kunstenaar Constant Nieuwenhuys New Babylon, een stad voor de van arbeid bevrijde mens. Inmiddels zien we andere ontwikkelingen op het vlak van werken: niet alleen lichamelijk werk, maar meer en meer ook het denkwerk zal worden overgenomen door robots, met een erosie van de middenklasse als gevolg. En het fysieke werken en leven zal steeds meer doordrongen worden door het virtuele. Wat betekent dat voor het ontwerp van de stad, van de straat? Alkemade pleit voor een nieuw utopisch denken.

De toekomst in de termen van winst

Bij elke opgave moet gezocht worden naar maatschappelijke meerwaarde, staat op de website van het College van Rijksadviseurs. Bij de Ambassadeursprojecten wil Alkemade laten zien hoe dat zou kunnen, onder andere bij herbestemming en transformatie van Rijksvastgoed. Want overheden moeten juist nu, nu iedereen door de crisis murw geslagen is, innoveren, meent Alkemade. Maar dat alleen is niet voldoende. Radicaal en utopisch denken zou opnieuw onderdeel moeten worden van het werk van de architect. Het gaat om een positieve visie op de toekomst. 'Onze moderne levens zijn zo onwaarschijnlijk comfortabel geworden, dat toekomstvisies zich vooral op het voorkomen van een dreigend verlies lijken te richten', schrijft Alkemade. Hij ziet de architect meer als een gevleugelde Ikarus, dan als een onopvallend werkende professional. Het gaat erom uitdagende, maatschappelijk relevante posities te formuleren en over de toekomst na te denken in termen van winst. 

Scrum, leegte en een Nationaal Sloopplan

Als eerste reageert Jann de Waal, vanuit zijn kennis op het gebied van (digitale) innovatie in de creatieve industrie3 op agenda en visie van de Rijksbouwmeester. De Waal neemt de Ambassadeursprojecten als uitgangspunt. Volgens hem wortelen deze nog te veel in het traditionele architectonische denken en zouden ze breder ontwikkeld moeten worden: er zijn meer dimensies dan de ruimtelijk-maatschappelijke context alleen. De Waal pleit voor ambassadeursprojecten als Gesamtkunstwerke, breed gedachte creaties die één samenhangend geheel vormen. Als historisch voorbeeld noemt hij de Sagrada Familia van Gaudí. Huidige Gesamtkunstwerke zijn multidisciplinair. Architecten moeten met, bij andere creatieven inmiddels beproefde werkwijzen zoals scrum en storytelling aan de slag en de katalysatorrol van de overheid moet sterker uitgebuit worden. Innovatie en ondernemerschap op vele fronten. De Ambassadeursprojecten zouden iconen moeten worden, ware innovatie-Gesamtkunstwerke.

Voor Juliette Bekkering staat de vraag naar 'goed publiek opdrachtgeverschap' centraal. De architectuur is volgens haar gereduceerd tot een economisch verhaal, het publieke aspect verdwijnt. Juist in deze tijd is de rol van de overheid als goed 'bouwheer' cruciaal. Overheden zouden de aanjagers moeten zijn van kennisontwikkeling en innovatie. Bekkering pleit voor de kwaliteit van de gebouwde omgeving en noemt als voorbeeld: het ontwerpen van 'leegte'. Het gaat haar om de waarde van de ruimte die door gebouwen wordt omsloten, de waarde van het niet-bouwen en slopen en tenslotte om de: 'contravorm van de stad, het publiek domein'. Het ontwerpen van 'leegte' wordt de drager voor vernieuwing. Gezien het immense energieverbruik door de gebouwde omgeving is duurzaamheid, volgens Bekkering, een must voor toekomstgerichte architectuur. Haar studenten daagt ze vooral uit tot experiment, ze leert ze: 'buiten de lijntjes te kleuren'.

Elma van Boxel reageert met een bondig geformuleerd betoog op de agenda van de Rijksbouwmeester. Per punt scherpt ze Alkemades oproep aan zichzelf aan en geeft ze verdere duiding. Ze wijst onder andere op de dreigende segregatie, spreekt zich uit voor het collectief optreden van het College van Rijksadviseurs, pleit tégen kortstondig actionisme van de overheden en vóór een Nationaal Sloopplan. Ze eindigt haar betoog met de woorden: 'op naar een slopend en bouwend Nederland’. Van Boxels complete tekst is onderaan deze pagina te downloaden.

Het éne grote plan?

Na een korte reactie van Alkemade op de respondenten volgt een discussie, waarbij ook vanuit de zaal vragen worden gesteld. Veel opmerkingen betreffen de rol die de overheid zou moeten vervullen. Het spectrum reikt van: een pleidooi voor een bewust risiconemende rol van de overheid als opdrachtgever tot de mening, dat dát juist de verkeerde weg zou zijn. De cultuursector zou weer een eigen zelfbewustzijn moeten ontwikkelen. 'Er moeten coalities worden gevormd waarin de overheid slechts één van de partijen is', zegt De Waal. In de architectenwereld, constateert hij: 'wordt nog steeds gezocht naar het éne grote plan dat alles oplost’. Terwijl juist geleerd zou moeten worden van het experimenteren. 

Saskia van Stein zegt ter afsluiting te hopen, dat deze avond het begin is van een voortgaand gesprek over het krachtenveld waarin zich de architectuur bevindt.

Verslag Andrea Prins, Expert Erfgoed Het Nieuwe Instituut