Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Met ruim 191.000 bezoekers behoort Het Nieuwe Instituut inmiddels tot de grotere culturele spelers in Rotterdam. Ook als plek waar de jongste generatie via educatieve programma’s kennis maakt met de essenties van ontwerpen en innovatie heeft het instituut zijn positie gevestigd. De educatieve programmering voor het primair- en voortgezet onderwijs is in 2017 verstevigd en bereikt intussen 17.000 scholieren. Een veelvoud aan virtuele bezoeken is genoteerd voor het Zoekportaal en de website van het instituut: samen trokken ze meer dan 600.000 belangstellenden. Opvallend detail in de samenstelling van het publiek – dat alle geledingen van professionals en academici tot het breed geïnteresseerde cultuurpubliek bestrijkt – is het duidelijk toenemende aantal jongeren. Met algemene en specifieke activiteiten, en ondersteund door gerichte communicatie, weet het instituut een grote groep jonge architecten, ontwerpers, studenten en nieuwsgierigen aan zich te verplichten.

Het jaar 2017 markeerde het begin van een nieuwe beleidsperiode (tot en met 2020). Het Nieuwe Instituut profileert zich sinds dit jaar aan de hand van drie helder onderscheiden pijlers: het Museum voor Architectuur, Design en Digitale Cultuur, het Rijksarchief voor Nederlandse Architectuur en Stedenbouw, en het Agentschap voor Architectuur, Design en Digitale Cultuur. De afdeling Research & Development fungeert als verbindende schakel tussen deze pijlers die elk een ander aspect van de brede opdracht aan het instituut vertegenwoordigen.

In de eerste beleidsperiode stond het experiment met actuele thema’s en benaderingswijzen vooral in het teken van de profilering van Het Nieuwe Instituut als een unieke plek waar alle ontwerpende disciplines vanuit een integraal perspectief worden benaderd. Het instituut heeft zich daarmee bewezen als generator van ‘disruptieve innovatie’. In 2017 kon de focus worden gelegd bij het ontwikkelen van nieuwe formats en producten, en op de verankering van het instituut in zijn omgeving. Niet in de laatste plaats door de wijze waarop de volledige behuizing – studie- en expositiezalen, kantoren en publieke ruimten – met de buitenwereld worden gedeeld. De gemeenschap van gebruikers rond het instituut wordt zo verstrekt. Belangrijk is de keuze het instituut niet te positioneren als een klassiek, op representatie gericht museum, maar eerder als een hybride – ergens tussen een museum en een academie in -  waar onderzoek, symposia, presentaties (en zelfs een curriculum rond de eigen, ecologische tuin) als aanjager van nieuwe kennis fungeren.

Museum voor Architectuur, Design en Digitale Cultuur

De activiteiten van het Museum voor Architectuur, Design en Digitale Cultuur concentreren zich op de ontworpen wereld en hoe die door nieuwe technologie, nieuwe denkbeelden en verschuivende sociale prioriteiten voortdurend verandert. De programmering van de tentoonstellingszalen in Het Nieuwe Instituut kende in 2017 twee periodes.

In de eerste zes maanden zijn enkele tentoonstellingen tot stand gekomen die vanuit de verschillende ontwerpdisciplines vertrokken en tevens reflecteerden op de veranderende betekenis van het ‘auteurschap’ van de ontwerper. Zo toonde Architecture of Appropriation, op basis van een ruimtelijke installatie van bureau ZUS, hoe allerlei vormen van toe-eigening, zoals kraken, een ‘auteurloze’ maar desondanks essentiële bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de stad en de openbare ruimte. De tentoonstelling vormde tevens de start voor een meerjarig onderzoeksprogramma naar de architectuur van toe-eigening dat ook zijn weerslag zal vinden in het Rijksarchief. Binnen het domein van de digitale cultuur leidde onderzoek naar het vrijwel verdwenen fenomeen van de screensaver – de eerste volledig door de computer gegenereerde beelden – tot de expositie Sleep Mode. The Art of the Screensaver, samengesteld door internetkunstenaar Rafaël Rozendaal.

In de grote zaal op de begane grond werd de reeks materialententoonstellingen van Het Nieuwe Instituut gecontinueerd met Designing the Surface, een verkenning van de bewerkingen die materialen en productoppervlakken in het laatste stadium van vervaardiging ondergaan. Voorafgaand onderzoek door fellow Chris Kabel legde de basis voor dit project. Met hun speculatieve project The Transylvania Archive legde het kunstenaarsduo Marta Volkova en Slava Shevelenko al een brug naar het centrale thema van het najaarsprogramma.

In de tweede half jaar werd uitvoerig stilgestaan bij de rijkdom aan mogelijke interpretaties van archieven en verzamelingen. De breedte van het thema werd aanstekelijk verbeeld door de tentoonstelling Finders Keepers – een verzameling van verzamelingen –  samengesteld door de redacteuren van het design en crafts magazine MacGuffin. Finders Keepers belichtte de uiteenlopende motieven en strategieën van verzamelaars, de esthetiek en het verborgen leven van de dingen.
Parallel daaraan toonde Het Nieuwe Instituut enkele recente projecten waarin bijvoorbeeld het eigen Rijksarchief onderwerp van interpretatie door kunstenaars en ontwerpers was. In Archiefinterpretaties waren projecten te zien van Lernert en Sander, Studio Rotor, en Studio Makkink & Bey. Het archief van het Franse leger was cruciaal voor het project Discrete Violence. Architecture and the French War in Algeria, een tentoonstelling naar aanleiding van het onderzoek door Samia Henni (ETH Zürich) naar het architectonisch antwoord op de revolutie in Algerije (1954-62).

Van het Canadian Centre for Architecture (CCA), een belangrijke partner van Het Nieuwe Instituut, werd de expositie The Other Architect overgenomen. Aan de hand van archiefmateriaal toonde CCA hoe architecten sinds de jaren zestig nieuwe, veelal multidisciplinaire werkpraktijken hebben geïntroduceerd, waarmee zij een antwoord zochten op veranderende maatschappelijke en culturele vraagstukken.

Thursday Night Live!

Sinds aanvang 2017 is het wekelijkse publieke programma Thursday Night Live! gekoppeld aan een gratis avondopenstelling van het museum. Tweewekelijks worden er bovendien pop-in expo’s georganiseerd. In totaal zijn er dit jaar 47 avonden gehouden, met 127 optredens door 331 sprekers en performers. Een groot aantal partners verbond zich aan de activiteiten, waaronder OMA/AMO, BNO, BNA, Mondriaan Fonds, Bureau Rijksbouwmeester, Argus, Universiteit Wageningen, TU Delft, ETH Zürich e.v.a. De publieksdeelname aan het programma verdubbelde: van gemiddeld 80 bezoekers per avond in 2016 naar ruim 160 in 2017. Thema’s die aan bod kwamen waren onder meer: het ontbreken van een centraal ruimtelijk beleid in de reeks Ministerie van Ruimtelijke Zaken (met onder anderen Yttje Feddes en Sybilla Dekker); Decolonising Design; Squatting the Archive (over de ruimtelijke betekenis van de Nederlandse kraakgeschiedenis); Reading Room; Design Dialogues; een kritische blik op algoritmische processen in de Bot Club; De Stijl als interieurproject; en de representatie van architectuur (in samenwerking met The Berlage en e-flux Architecture). De Thursday Nights hebben tot doel om bestaand en nieuw publiek aan het instituut te verbinden en hebben daarom een laagdrempelig karakter. Kennisdeling, netwerkfuncties, talentontwikkeling, partnerships en actualiteit zijn elementen die nadrukkelijk aan bod komen en gezien de immer groeiende publieke belangstelling ook aan een behoefte in het veld beantwoorden.

Tentoonstellingen 100 Jaar De Stijl

Ook buiten het instituut kwam de keuze voor het thema Archief op bijzondere wijze tot bloei, vooral in verschillende samenwerkingsverbanden met museale instellingen ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van De Stijl. Zo werd onder meer samengewerkt met Gemeentemuseum Den Haag in de succesvolle coproductie Architectuur en interieur. Het verlangen naar Stijl. Ter gelegenheid van het internationale filmfestival in Cannes maakte Studio Sabine Marcelis een ruimtelijk ontwerp, eveneens geïnspireerd op De Stijl. Die diende als ontmoetingsplek voor de mondiale filmindustrie. Later was een variatie op de installatie te zien in Het Nieuwe Instituut.

Research and Development

De afdeling Research and Development heeft een centrale rol in de wijze waarop Het Nieuwe Instituut de ingrijpende veranderingen in cultuur, samenleving en technologie ondervraagt. Praktische problematieken vormen veelal het uitgangspunt. Het onderzoek draagt bij aan het publieke programma van het instituut – tentoonstellingen, lezingen, symposia etc. – en aan de verdere ontplooiing van langlopende thematieken zoals Architecture of Appropriation en het leidende thema voor 2018, Automated Landscapes, dat zich niet alleen in Het Nieuwe Instituut zal manifesteren maar ook in het Nederlands paviljoen tijdens de Architectuurbiënnale van Venetië. Een bijzondere rol is weggelegd voor het Fellowship programma (met drie nieuwe fellowships in 2017) en het Jaap Bakema Study Centre, in 2013 opgericht door Het Nieuwe Instituut en de TU Delft. De onderzoeken die hier worden geïnitieerd kunnen ook impact hebben op samenstelling en ontsluiting van het Rijksarchief, en op de samenwerking met externe partijen, zoals die met het Ministerie van Defensie rond internationale vredesmisses.

Fellowship programma

Het fellowship programma richt zich op makers en onderzoekers uit de domeinen architectuur, design en digitale cultuur. Via een internationale Open Call wordt gevraagd om projectvoorstellen. In 2017 ontving het instituut uit alle delen van de wereld 176 reacties die zijn beoordeeld door een internationale jury van bekende curatoren, academici en vertegenwoordigers van de creatieve sectoren. Uit een short list van 33 inzenders werden uiteindelijk drie projecten geselecteerd: The Unquiet Land van Sara Frikech en Daphne Bakker (over de landschappelijke nalatenschap van het Nederlands kolonialisme in Suriname); Immutable van Christopher Lee (over de politieke dimensie van typografie) en Visualising Race/Decolonising Design van Ramon Amaro (over manieren om zwarte politieke subjectiviteit te visualiseren). De fellows werken gedurende een half jaar aan de uitwerking van hun onderzoek. Bovendien verzorgen zij publieke presentaties van hun proces en de resultaten. In de context van het project Bridging Art, Design and Technology through Critical Making – een vierjarig onderzoekstraject waarin Universiteit Leiden, Hogeschool Rotterdam, Het Nieuwe Instituut, de Waag Society en West Den Haag samenwerken met financier NWO – werden twee onderzoeksposities toegekend aan Anja Groten (Hackers & Designers) en Shailoh Phillips (Studio Babel). Hun onderzoek richt zich op de algoritmische cultuur.

Jaap Bakema Study Centre

In 2017 organiseerde het Jaap Bakema Study Centre (JBSC) een serie activiteiten, waaronder de jaarlijkse Bakema conferentie. Het onderwerp was 'Tools of the Architect'. Ongeveer 250 architectuurhistorici uit binnen- en buitenland woonden de conferentie bij. Prof. ir. Michiel Riedijk (TU Delft) verzorgde de keynote speech. Ook werkte het JBSC aan meerjarige onderzoeksprojecten, werkten de architecten van het Brusselse bureau Rotor mee aan een congres en een onderzoeksstudio, waren er publicaties en programma’s (m.n. 'Total Space', samen met GTA/ETH Zürich, Special Collections Harvard GSD). Dr. Dirk van den Heuvel, hoofd van het JBSC, ontving in 2017 een Richard Rogers Fellowship van de gerenommeerde Harvard Universiteit.

Rijksarchief voor Nederlandse Architectuur en Stedenbouw

Voor het Rijksarchief was ‘digitalisering’ in 2017 een sleutelbegrip. De digitalisering van de eigen collectie is een doorlopend proces, en daarnaast wordt het steeds belangrijker om binnen en buiten de organisatie kennis te ontwikkelen rond archieven die volledig digitaal zijn ontstaan. Door digitalisering ontstaan andere vormen van toegankelijkheid en gebruik. Dat opent nieuwe mogelijkheden, maar tegelijk roept het vragen op over wat er voor de toekomst moet worden bewaard. Welke actualiteit wordt door middel van archivering omgevormd tot onze toekomstige geschiedenis?

Belangrijke acquisities waren onder meer gekoppeld aan het fellowship van Malkit Shoshan en de Nederlandse bijdrage aan Architectuurbiënnale Venetië 2016, maar ook aan de rol die de kraakbeweging speelde in de ontwikkeling van de stad. Acquisitie op basis van kwalitatieve weging van auteurs en bureaus blijft evenwel de basis voor de uitbouw van het archief. Zo werden in 2017 onder meer delen van het archief van architectenbureau Ellerman, Lucas & Niemeijer verworven, en via Crimson Architectural Historians is het archief van het WiMBY! project, de internationale bouwtentoonstelling Rotterdam-Hoogvliet 2001-2007, aan de collectie toegevoegd. Verder zijn er archivalia geacquireerd van de architecten J.J.P. Oud, K.P.C. de Bazel, I. Moerman, W.M. Dudok, Vucht en Steigenga.

In 2017 heeft Het Nieuwe Instituut 294 bruiklenen afgestaan aan onder andere het Rijksmuseum Amsterdam, Gemeentemuseum Den Haag, Museum Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen, Musées de la Ville de Strasbourg, Muzeum Sztuki w Łodzi en het Deutsches Architekturmuseum.

Agentschap voor Architectuur, Design en Digitale Cultuur

Sinds 2016 bundelt Het Nieuwe Instituut zijn activiteiten op lokaal, regionaal en internationaal niveau in het Agentschap voor Architectuur, Design en Digitale Cultuur.

Sinds 2017 ontvangt het instituut geen structurele bijdrage meer van de gemeente Rotterdam. Ondersteuning wordt nu op projectbasis verleend. In 2017 resulteerde het in Letters to The Mayor, een samenwerking tussen de gemeente, Storefront for Art and Architecture in New York en Het Nieuwe Instituut, waarbij lokale architecten zijn benaderd om per brief gericht aan de burgemeester uiting te geven aan hun visie op de stad.

DATAstudio, de meerjarige samenwerking met de gemeente Eindhoven rond het concept van de ‘slimme samenleving’, werd in 2017 afgesloten met de tentoonstelling Embassy of Data. Het project beoogde bewustzijn te creëren over de mogelijkheden in het gebruik van data, maar ook over potentiële bedreigingen. De expositie verwelkomde 63.000 bezoekers en was een succesvol slot van een spectrum aan activiteiten: lezingen, cursussen, publicaties, een internationale conferentie en het educatieprogramma MapLab.

Het Agentschap vervult een coördinatiefunctie specifiek gericht op het faciliteren van internationale activiteiten; verricht een jaarlijkse ‘talent mapping’ om een overzicht van talentvolle afstudeerders in de verschillende ontwerpdisciplines te verkrijgen; en ontwikkelt internationale crossovers door rond belangrijke maatschappelijke vraagstukken Nederlandse ontwerpexpertise te koppelen aan een internationaal werkveld. De samenwerking met Storefront for Art and Architecture (New York) rond het culturele cross-over programma City Forces is hiervan een voorbeeld. Ook in 2017 werd de Open Call gelanceerd voor projectvoorstellen met betrekking tot de programmering van het Nederlands paviljoen tijdens de Architectuurbiënnale van Venetië 2018. Een belangrijk onderdeel van de activiteiten van het Agentschap betreft het Internationaal Bezoekersprogramma (onder meer in samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken), dat in 2017 in totaal 167 bezoeken faciliteerde.