Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

De daaruit voortvloeiende synergie heeft bijgedragen aan een heldere profilering van Het Nieuwe Instituut, zowel in eigen huis als bij de partijen waarmee het samenwerkt of in de toekomst een alliantie wil aangaan. Het geconcentreerde programma heeft bovendien weer een groter publiek kunnen interesseren. In Rotterdam ontving het instituut maar liefst 186.000 bezoekers, in de rest van Nederland nog eens bijna 45.000 en buiten Nederland was dat aantal – mede dankzij drukbezochte biënnales in Venetië en Shenzhen – iets meer dan 462.000.

Thursday Night Live!

Met een totaal van ruim 656.000 bezoekers was 2018 in termen van publieksbereik een uiterst succesvol jaar. En net als vorige jaren weet Het Nieuwe Instituut, juist ook door zijn Thursday Night Live! programmering, een grote schare jonge deelnemers en gasten aan zich te binden. Er werden 44 Thursday Nights georganiseerd, met 162 lezingen, performances en pop-ups. Per avond waren er gemiddeld 190 aanwezigen – opnieuw meer dan in het voorgaande jaar. 

In 2018 werden thema’s aangesneden zoals Decolonising Design, de globale techno-politieke werkelijkheid (in Vertical Atlas), en algoritmische agenten (in de BotClub). Verder kwamen er beeldmakers aan het woord in BNO IMG LAB, was de Reading Room gevuld met onderzoek en verhalen, en bood Dwars door het Archief een pluriforme blik op het Rijksarchief voor Nederlandse Architectuur en Stedenbouw. Schrijvende ontwerpers kregen een podium in samenwerking met Design Platform Rotterdam en de politiek van hedendaagse videocultuur kwam aan bod in For the Record.

Door het directe verband tussen de presentaties in het Museum voor Architectuur, Design en Digitale Cultuur, de onderzoeksagenda van het instituut en de thematieken van deze avonden, voegen ze een belangrijke discursieve component aan de tentoonstellingen toe en geven ze een bredere context aan bijvoorbeeld het werk van de research fellows. 

Museum voor Architectuur, Design en Digitale Cultuur

Het Nieuwe Instituut kiest ervoor zijn publieke activiteiten niet in te zetten als een representatie van de status quo in architectuur, design, digitale cultuur (en hun dwarsverbanden). Zowel qua inhoud als in het format van de tentoonstellingen, performances, lezingen, live-onderzoeken, netwerkmomenten en expertmeetingszoekt het instituut naar onbekende perspectieven, nieuwe vraagstellingen en overkoepelende thema’s waarin de politieke of maatschappelijke actualiteit als lens fungeert om naar de veranderende rol van de ontwerpdisciplines te kijken. 

In de eerste zes maanden van 2018 resulteerde dat in het tentoonstellingsprogramma Dissident Gardens. In verschillende vormen van ontwerpend onderzoek is in Dissident Gardens onze huidige verhouding tot de natuur, de invloed van technologie en de rol van de ontwerper en architect als onderzoeker, bioloog of activist onderzocht. Hedendaagse vraagstukken rond duurzaamheid, materialeninnovatie, de transitie van de ontwerper en het ontwerpdomein, evenals de impact van technologie op ons leven en onze leefomgeving zijn aan de orde gesteld. 

Het breed uitwaaierende programma rond thema’s als Gardening Mars en Smart Farming t oonde hoe de ontwerper onderdeel is van de nieuwe relatie tussen technologie en ecologie, en tot welke keuzes deze positie kan leiden. Het programma vond ook internationaal weerklank. Het leidde tot samenwerking met onder meer Manifesta 12 The Planetary Garden en tot de uitnodiging van de Triënnale van Milaan gestalte te gevan aan de officiële Nederlandse bijdrage (Broken Nature, 2019).

In het najaar lag de focus op het Speculatief Design Archief, dat een belangrijk signaal gaf om opnieuw het gesprek te voeren over een opvallend hiaat in het Nederlandse erfgoedbeleid; namelijk het ontbreken van een centraal raadpleegbaar archief voor het erfgoed op het gebied van digitale cultuur en design. De inhoudelijke voorbereiding, de feitelijke installatie en het programma van ontmoetingen, gesprekken en discussies rond het Speculatief Design Archief wierp direct vruchten af. Het Nederlandse ontwerpveld zag in het project aanleiding zich via een open brief tot de minister en de Tweede Kamer te wenden en inmiddels heeft het ministerie van OCW Het Nieuwe Instituut gevraagd een verkennend onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een toekomstig archief voor design en digitale cultuur.

De afgelopen jaren heeft zich binnen het instituut een onderscheidende tentoonstellingspraktijk gevormd. Telkens wordt gezocht naar een passend model dat het inhoudelijk verhaal van de expositie niet slechts faciliteert, maar daadwerkelijk mede vertelt. Bij de ontwikkeling van tentoonstellingen en andere formats wordt zoveel mogelijk samengewerkt met ontwerpers. Als vertegenwoordigend instituut voor ontwerpend Nederland wil Het Nieuwe Instituut betekenisvolle en onderscheidende opdrachten verstrekken aan (digitale) makers, ontwerpers en architecten, en zo de meerwaarde van een goed verankerd cultureel opdrachtgeverschap demonstreren.

Rijksarchief voor Nederlandse Architectuur en Stedenbouw

Voor de afdeling Erfgoed kende het jaar 2018 verschillende mijlpalen. Het onbetwist hoogtepunt was de toekenning van € 11.000.000 door het ministerie van OCW voor Architectuur Dichterbij, een prestigieus restauratie- en digitaliseringsproject dat de komende zes jaar zal worden uitgevoerd.

Het Nieuwe Instituut beheert een omvangrijke en belangwekkende verzameling die zo’n 800 archieven omvat met daarin ca. 1.400.000 tekeningen en 300.000 foto’s, dia’s en glasnegatieven van Nederlandse architecten en stedenbouwers. De collectie groeit nog steeds, in toenemende mate ook met objecten uit het digitale tijdperk. Eerdere analyses wezen uit dat de collectie in slechte conditie verkeert en daardoor niet goed raadpleegbaar is. Om de collectie toegankelijk te houden en maken voor professionals, leerlingen, studenten en een breed publiek zal op grote schaal moeten worden geconserveerd en gerestaureerd. Ook moet de collectie gedigitaliseerd en online toegankelijk worden gemaakt. Met de bijdrage van het ministerie wordt de realisatie van dat werk een grote stap verder gebracht.

Ook werd in 2018 het project Collectieboek voor Kinderen met succes afgerond. Er zijn twee boeken gepubliceerd voor het primaire onderwijs, gebaseerd op de rijkscollectie architectuur en stedenbouw. In een advies aan Het Nieuwe Instituut en de minister benadrukte de Raad voor Cultuur in 2016 het belang van de collectie in relatie tot educatie. De boeken Hoi, ik ben een lijn en Hoi, jij bent een ontwerper dragen deze uitgangspunten uit en vormen zo een belangrijke ondersteuning voor het educatiebeleid en het programma van Het Nieuwe Instituut.

Jaap Bakema Study Centre 

Deze meerjarensamenwerking met TU Delft waarbij academisch onderzoek naar de rijkscollectie centraal staat, heeft in 2018 onder meer geresulteerd in diverse lezingen, het symposium Happy Senior Living en de expert-meeting Schokbeton. Tegelijkertijd richtte de agenda van het Jaap Bakema Study Centre zich op de verdere ontwikkeling van het langjarige onderzoek naar het Structuralisme.

Agentschap voor Architectuur, Design en Digitale Cultuur

Het Agentschap is in het eerste jaar van de huidige beleidsperiode door OCW geïntroduceerd, vooral om enkele voormalige sectorale taken wederom binnen het instituut te beleggen; taken die eerder met de fusie waren wegbezuinigd. Naast het buitenlandse bezoekersprogramma en de biënnales is bijvoorbeeld ook het overheidsbeleid inzake internationalisering en talentontwikkeling ten dele bij het instituut ondergebracht.

In het kader van de internationaliseringsopdracht verbindt Het Nieuwe Instituut ontwerpers met concrete maatschappelijke opgaven en opdrachtgevers. In 2018 leidde dit voor het Agentschap onder meer tot een inhoudelijke betrokkenheid bij voorbereiding en uitvoering van de Nederlandse deelnames aan de Biennale Architettura 2018 (Venetië) en de Triënnale van Milaan (2019). 

In beide projecten is duidelijk hoe essentieel en productief de samenwerking tussen het Agentschap en de afdeling Research van Het Nieuwe Instituut inmiddels is geworden. Gekoppeld aan de speculatieve denkkracht van Research blijken de maatschappelijke ambities van het Agentschap een versterkend effect te hebben. In het geval van de Triënnale van Milaan heeft het er mede voor gezorgd dat de Nederlandse inzending het tot design beperkte blikveld van deze manifestatie doorbreekt door juist de cross-over met architectuur en digitale cultuur te propageren.

Commissioner Biennale Architettura 2018

Het afgelopen jaar droeg een gezelschap van architecten, kunstenaars, ontwerpers, historici, musici, theoretici en instellingen bij aan het transnationale onderzoek getiteld WORK, BODY, LEISUREdat werd gepresenteerd in het Nederlands paviljoen, als onderdeel van de Biennale Architettura 2018 in Venetië. Het Nieuwe Instituut fungeerde als opdrachtgever van dit evenement, dat zich ook manifesteerde in talrijke publicaties, podcasts, performances, langdurige uitwisselingen, exposities en nieuwe onderzoeksinitiatieven. In reactie op de voortschrijdende technologieën rond automatisering en hun impact op de gebouwde omgeving, richtten de verschillende samenwerkingen zich op het ontwikkelen van nieuwe vormen van creativiteit en een nieuwe verantwoordelijkheid voor de architectuur. De presentatie in Venetië werd buitengewoon enthousiast ontvangen, zowel door de vele bezoekers van de Biënnale als door de (inter)nationale critici. 

Research

Tussen de pijlers Museum, Rijksarchief en Agentschap vormt Research een cruciale verbindende schakel. Het Nieuwe Instituut erkent de sleutelrol van onderzoek en wil zichtbaarheid geven aan onderzoeksprojecten waarin gevestigde denkwijzen ter discussie worden gesteld. Het instituut wil het delen van collectieve vormen van kennisontwikkeling stimuleren. Daarom zijn de onderzoeksactiviteiten vrijwel altijd verbonden met de publieke programma’s; in de vorm van een kritische ondervraging of als leverancier van nieuwe thema’s en concepten, en als denktank in de inhoudelijke voorbereiding van evenementen (zoals dat in 2018 bijvoorbeeld gold voor de voorbereiding van het project Neuhaus, dat zich in het voorjaar van 2019 manifesteert).
Een van de instrumenten waarmee Research nieuwe vormen van onderzoek kan initiëren en ondersteunen wordt geboden door de fellowships.

Fellowship-programma

Het centrale thema van het fellowship-programma in 2018 was burn-out. Ramon Amaro, fellow in 2017, fungeerde als gastcurator. Met de keuze van het thema stelde het instituut in zijn Open Call een tweeledige vraag. Hoe zit het met het groeiende aantal lichamen dat onder de enorme druk van de steeds dwingender eis om te presteren uiteindelijk uitgeput raakt? En, op welke manier is burn-out als ziekteverschijnsel slechts één van de symptomen van een systeem van exploitatie dat zowel het individu raakt als op een grotere schaal de samenleving, instituties en onze natuurlijke omgeving?

Er werden uiteindelijk drie projecten gehonoreerd: Natalie Dixon met Silences, Oppressions and Omissions. How to read a story about burn-out, Elisa Giuliano met A Hat and a Bicycle. Welfare capitalism and the female working body en Malique Mohamud met The Bodega aka Avondwinkel as a site of archival practices. In 2019 wordt het programma Burn-Out gecontinueerd, maar dan met een nadruk op het uitputten van collectieve, niet-menselijke of zelfs planetaire lichamen.