Alleen al de naamgeving laat zich lezen als een ironisch commentaar op de opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Door de fusieorganisatie op het gebied van architectuur, design en digitale cultuur aan te duiden als Het Nieuwe InstituutHet Nieuwe Instituut ontstond in 2013 als uitkomst van ingrijpende bezuinigingsoperaties in de cultuursector. Drie instellingen, het Nederlands Architectuur Instituut, Premsela, Instituut voor Design en Mode en het Virtueel Platform, gingen samen in de fusieorganisatie. Het Nieuwe Instituut kreeg een plaats in het zojuist geïntroduceerde ‘topsectorenbeleid’ dat de nationale overheid rond innovatie introduceerde. Het economische (vernieuwings)potentieel van de ontwerpsector werd daarmee bestempeld tot de dominante doctrine. kreeg de boreling een even pretentieuze als feitelijk nietszeggende adressering: het allernieuwste op het gebied van instituten, met een programma rond het al even onduidelijke begrip innovatie.

Sinds het vroegste stadium heeft directeur Guus Beumer de innovatieopdracht van Het Nieuwe Instituut buitengewoon letterlijk genomen én van een kritisch beschouwingskader voorzien. Bijvoorbeeld door in 2014 de herdenking van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog aan te grijpen voor een reeks activiteiten waarin ingrijpende vernieuwing niet eenvoudig werd gevierd. Elke vorm van innovatie creëert conflict, zo viel uit de programmering te begrijpen, en wellicht is het conflict een stuk interessanter dan de vernieuwing zelf.

Nu, vijf jaar later, is in de Triënnale van Milaan de tentoonstelling I See That I See What You Don’t See te bezoeken, de Nederlandse, door Het Nieuwe Instituut samengestelde inzending. Weer is conflict het onderwerp. Technologie en design hebben een essentiële bijdrage geleverd aan de creatie van 24-uurs productielandschappen. Goed voor de tuinbouwsector, maar zeer ontregelend voor mens, dier en plant.

Twee voorbeelden die goed laten zien hoe Het Nieuwe Instituut zich positioneert als het om innovatie gaat. In een vraaggesprek licht Guus Beumer toe welke keuzes ‘zijn’ instituut maakte en hoe innovatie – ondanks alle bedenkingen – toch een centrale rol kreeg in het programma en de organisatie. Guus Beumer: ‘Ons begrip van innovatie zit niet in het wat, maar in het hoe.’