De architectuur en meubels van De Stijl zijn wereldberoemd. Nederlandse architecten en vormgevers als Gerrit Rietveld, Theo van Doesburg, Cornelis van Eesteren en J.J.P. Oud hebben de weg vrijgemaakt voor generaties vernieuwers na hen. Over de wortels van De Stijl is minder bekend. Van 10 juni t/m 17 september tonen Gemeentemuseum Den Haag en Het Nieuwe Instituut, dat ’s werelds grootste architectuurcollectie beheert, een overzicht van tekeningen, maquettes en meubelstukken van deze invloedrijke kunstbeweging. Voor het eerst samengebracht bieden de werken verrassende inzichten: dat wat eenduidig of simpel oogt, is dubbelzinnig en complex. En wat nieuw lijkt, blijkt soms al langer te bestaan.

Een nieuwe universele stijl die moet beantwoorden aan een moderne samenleving. Dat is waar de ontwerpers en architecten van De Stijl naar zoeken. Zij zien niet alleen schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur als hun werkterrein, maar ook meubels, kleding, reclame-uitingen, verpakkingen, straten en zelfs hele steden. Zelf verklaren ze hun vernieuwingsdrift in de context van de Eerste Wereldoorlog. Maar in de bouwkunst komen vanaf 1880 al nieuwe opvattingen aan het oppervlak. Staalskeletten, betonconstructies en grote spiegelruiten zijn een belangrijke impuls voor de vooruitstrevende, eigenzinnige en tegendraadse ontwerpen van De Stijl.

De tentoonstelling Architectuur en interieur. Het verlangen naar Stijl combineert tekeningen, maquettes, schilderijen, voorwerpen en meubels van aan De Stijl gelieerde kunstenaars met ontwerptekeningen en ruimtelijke objecten vanaf de late 19e eeuw. Op die manier wordt ontrafeld hoe de leden van De Stijl een radicaal nieuwe vormentaal scheppen, maar ook bestaande technieken, materialen en ideeën toepassen om hun verlangen naar een nieuwe stijl te verwezenlijken.

Nieuwe vormentaal

Aan de hand van de thema’s kleur, zuiverheid, ruimte, transparantie en technische innovatie wordt aangetoond dat het nieuwe waarnaar de ontwerpers van de Stijl streven, niet noodzakelijk voortkomt uit nieuwe uitvindingen. Veel zijn al gedaan in de 19e eeuw: het gewapend beton in de gebouwen van H.P. Berlage, de staalconstructies van Brinkman en Van der Vlugt en de doorlopende winkelpuien van architectenbureau Van Gendt. Zo bezien is De Stijl veeleer het eindpunt van een 19e eeuws streven dan een revolutie die door innovaties op gang is gebracht. De ontwerpen zijn radicaal vernieuwend, maar bouwen tegelijk voort op wat al bestaat.

Zo maken technische innovaties en nieuwe materialen het al vanaf de 19e eeuw mogelijk om gevels en constructies ‘open’ te breken. Meubelontwerper en architect Gerrit Rietveld (1888-1964) gebruikt simpel hout en triplex om zijn vernieuwende vormencombinaties te scheppen. J.J.P. Oud herschikt de functionele onderdelen van een gevel (lateien, ramen en deuren) om heldere en visueel abstracte gevelcomposities te creëren. En kwalificaties als ‘zuiverheid’ en de door Van Doesburg geïntroduceerde ‘machine-esthetiek’ zijn ook te herkennen in vroegere sanatorium- en ziekenhuisinterieurs. De tentoonstelling maakt dit laatste inzichtelijk middels een bijzondere bruikleen van Museum Boerhaave: een gynaecologische onderzoeksstoel uit 1875 - 1885.

Maison d’Artiste

Verder is er speciale aandacht voor Maison d’Artiste, een ‘Huis voor een kunstenaar’ dat door Theo van Doesburg is bedacht aan de keukentafel. Voor Van Doesburg is het zijn droomhuis. Hij kan er schilderen, zijn vrouw Nelly pianospelen en samen kunnen ze gasten ontvangen. De maquette die Van Eesteren en Van Doesburg in 1923 hebben gemaakt, is verloren gegaan. Met steun van de Van Eesteren-Fluck & Lohuizen stichting is het Gemeentemuseum in staat gesteld een reconstructie van het studiemodel te maken. Daarbij is uitgegaan van de foto’s uit de archieven van Het Nieuwe Instituut, en van de materialen zoals die door Van Doesburg en Van Eesteren zijn gebruikt.

Het Gemeentemuseum, dat zelf een bijzondere De Stijl-collectie bezit, werkt voor deze tentoonstelling nauw samen met Het Nieuwe Instituut te Rotterdam, het museum voor architectuur, design en digitale cultuur dat de grootste architectuurcollectie ter wereld beheert. Zo zijn uit de archieven van Het Nieuwe Instituut onder meer originele ontwerptekeningen en maquettes van Theo van Doesburg, J.J.P. Oud, Jan Wils, Cornelis van Eesteren, Gerrit Rietveld en Vilmos Huszár te zien.

2017: 100 jaar De Stijl

2017 is het jaar waarin we 100 jaar vormgeving van de toekomst vieren. Directe aanleiding is de oprichting van De Stijl in 1917, met kenmerken die tot op de dag van vandaag in Dutch Design te zien zijn. Om deze mijlpaal te vieren heeft NBTC Holland Marketing, samen met haar partners, 2017 uitgeroepen tot themajaar ‘Mondriaan tot Dutch Design’. Het themajaar markeert de introductie van de verhaallijn Mondriaan tot Dutch Design, die bezoekers door heel Nederland naar interessante plekken voert die te maken hebben met werken uit de periode van De Stijl en hedendaags design. Musea, erfgoedlocaties en evenementen in Nederland stellen werk van topdesigners centraal, zetten deuren van ateliers open en eren kunstenaars als Mondriaan, Rietveld, Van der Leck en Van Doesburg.

--

Noot voor de redactie

Voor meer informatie over Architectuur en interieur. Het verlangen naar Stijl of het opvragen van beeldmateriaal: Kim Hoefnagels (Gemeentemuseum Den Haag), 070- 338 1251 of khoefnagels@gemeentemuseum.nl of Justin Klein (Het Nieuwe Instituut), 010-10 440 13 35 of j.klein@hetnieuweinstituut.nl