Het gebouw waarin Het Nieuwe Instituut gehuisvest is, is in 1993 gebouwd naar ontwerp van Jo Coenen. Hij kreeg de opdracht na het uitschrijven van een meervoudige opdracht onder zes architecten om een gebouw te ontwerpen voor het toen nieuwe Nederlands Architectuurinstituut.

Het nieuwe architectuurinstituut had drie kerntaken geformuleerd om tot een programma van eisen te komen voor het gebouw. Het verzamelen, beheren en toegankelijk maken van archieven en collecties - inclusief bibliotheek -, het bestuderen van dit materiaal en het volgen van actuele ontwikkelingen, en het uitdragen van de kennis die dit alles oplevert in de vorm van tentoonstellingen, publicaties en manifestaties.

Afzonderlijke bouwwerken

Coenen heeft voor elk van die taken een afzonderlijk bouwwerk ontworpen, met toevoeging van een vierde gebouwdeel dat bedoeld was voor de publieksfuncties, met een café, boekwinkel en auditorium. Het archief is ondergebracht in een langwerpig, licht gekromd gebouw van 200 meter lang, opgetrokken uit beton en aluminiumkleurig en rood golfplaat. Het is enigszins 'opgetild' om het minder massief te laten lijken. Daardoor is de arcade onder het gebouw ontstaan. De tentoonstellingsruimte is een vierkante gesloten doos van bruinpaarse baksteen.

Compositie

De kern van het gebouw wordt gevormd door een hoog glazen gebouwdeel, waarin de studiezaal en de kantoren gevestigd zijn. Half gedraaid ten opzichte van dit bouwdeel en loodrecht op het archiefgebouw, bevinden zich de publieksruimten. Die verschillende delen heeft Coenen zo weten te componeren dat ze een vanzelfsprekende eenheid vormen. Het is een harmonieuze compositie van kleuren en materialen, waarin het roodbruin van baksteen, het blauwgrijs van beton, de doorzichtige glittering van glas en de zilverachtige glans van metalen, elk van de bouwlichamen een ander karakter verleent.

Situering

Een van de sterkste punten van het ontwerp is de stedenbouwkundige situering: de inbedding in de omgeving. De bouwdelen zijn zo geplaatst dat zij in hun onderlinge relaties de aanwezige hoofdrichtingen van het park bevestigen en versterken. Het archiefgebouw volgt de kromming van de Rochussenstraat, en vormt zo de begrenzing van het Museumpark. Het hoofdgebouw volgt de richting van het park, terwijl de doos met publieksruimten naar Museum Boijmans wijst. Een breed grindpad dwars door het park had het gebouw moeten verbinden met Museum Boijmans. Dat het toch iets geïsoleerder in zijn omgeving ligt dan oorspronkelijk de bedoeling was, komt omdat er geen directe aansluiting op het park mogelijk was: de gemeente Rotterdam wilde dit deel onder geen beding autovrij maken, waardoor een weg het gebouw van het park afsnijdt.

Verwijzingen

Kleur en materiaalgebruik verwijzen naar omliggende gebouwen. Zo heeft het tentoonstellingsgebouw dezelfde vorm en verhoudingen - een doos met ramen aan de begane grond - en dezelfde bruinpaarse kleur baksteen als Museum Boijmans van Beuningen. De pergola heeft dezelfde kleur als het groene koperen dak, en net als Boijmans heeft het NAi een glazen toren, het hoofdgebouw. De 'dozerige' vormen van de bouwdelen refereren aan de witte villa's aan de Jongkindstraat.

Versobering

Uiterlijk begin 1992 had het nieuwe architectuurinstituut open moeten gaan voor publiek. Het werd zo'n anderhalf jaar later: september 1993. Die vertraging kan voor een groot deel toegeschreven worden aan financiële perikelen. De ambities van architect Jo Coenen en het NAi waren groter dan het beschikbare budget. De consequentie daarvan was dat het ontwerp een flinke versobering moest ondergaan.

Verbouwing

In 2011 heeft het gebouw een verbouwing ondergaan: de loopbrug over de vijver is verdwenen, en de entree is van de eerste verdieping naar straatniveau verplaatst om de toegankelijkheid te vergroten. Op de begane grond bevinden zich ook de boekhandel en het cafe, dat door een verplaatsing van de glazen zijgevel aan oppervlakte heeft gewonnen. Op de eerste verdieping is een educatieruimte gecreerd door een langwerpig, balkvormig bouwdeel door het gebouw te schuiven.