Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Hybride programma per 1 juni

Dankzij de teruggelopen druk op de gezondheidszorg werd het per 1 juni weer mogelijk bezoekers in het gebouw te ontvangen. Naast online activiteiten vonden er ook weer programma’s op locatie plaats, zij het met de nodige voorzorgsmaatregelen.

Niets gaat boven de meerwaarde van een daadwerkelijk bezoek, van een directe confrontatie met een object, of met een specifieke context, die alleen een tentoonstelling kan bieden. Nietwaar?

Of zullen de verschillende gebruikers liever blijvend gebruik maken van digitale vormen van een bezoek? Zullen het huidige protocol en de verschillende maatregelen zorgen voor een dichtgetimmerde bezoekerservaring zonder spontaniteit en toevallige ontmoetingen? Zal een gevoel van ongemak overheersen en wordt die andere bezoeker gereduceerd tot een potentieel gevaar van besmetting?

Het beleid rond covid-19 heeft ook tot nieuwe vragen geleid. Hoe verhoudt het domein van ontwerp zich bijvoorbeeld tot het idee van een anderhalvemetersamenleving en de basale vormen van in- en uitsluiting die daaraan zijn verbonden. De disciplinerende en uitsluitende mechanismen van ontwerp zijn de afgelopen jaren regelmatig binnen het instituut behandeld. Het is interessant dat juist die kwaliteiten nu opnieuw en wederom als oplossing voor een maatschappelijke problematiek worden ingezet. En hoewel in Nederland de fysieke variant in termen van anderhalvemeter centraal staat, is – bijvoorbeeld door Naomi Klein– reeds gewaarschuwd voor de wijze waarop de huidige digitalisering, gevoed door de data-explosie tijdens lockdown, nieuwe vormen van controle met zich meebrengt.

Toegankelijk

Met andere woorden; ‘Open’ is niet per se ‘Open en toegankelijk voor iedereen’. Het is bijvoorbeeld noodzakelijk vooraf een ticket met een tijdslot te bestellen, waardoor het noodzakelijk wordt een e-mailadres te delen om de bevestiging te kunnen ontvangen. Niet iedereen zal hiertoe, bijvoorbeeld uit privacy-overwegingen, bereid zijn. Ook zal weer meer van het openbaar vervoer gebruik worden gemaakt en sommige bezoekers wachten ook daar liever nog even mee.

Om de mogelijke drempel tot een bezoek te verlagen, worden de verschillende beperkingen zoveel mogelijk ondervangen. Ook door deze nieuwe situatie tegelijkertijd als een ontwerpvraag te benaderen. Zo wordt nu de kans geboden een meer specifieke bezoekerservaring te realiseren, één die gaat over persoonlijke betekenis en intimiteit en waarbij nog steeds - op enige afstand – elkaars gezelschap kan worden gevierd.

Tevens biedt Het Nieuwe Instituut de mogelijkheid – op basis van vrijwilligheid - om van het kortingstarief gebruik te maken, als er een financiële drempel wordt ervaren om het instituut te bezoeken.

Het instituut zal verschillende van deze actuele vragen onderdeel maken van het komende programma. Binnen de Nederlandse inzending voor de Biënnale van Venetië (verplaatst naar 2021) en het begeleidende programma staan deze vragen eveneens, parallel aan het belang van sociale en ecologische meerstemmigheid, centraal.